Uw investeringsproces geborgd — van de zorgvraag tot het besluit, met elke aanname navolgbaar en elke uitkomst herleidbaar tot zijn bron.
Zes modellen, elk zelfstandig te gebruiken. Samen vormen ze één lijn: de uitkomst van de ene stap is de invoer van de volgende. De volgorde is die van de vragen zelf — eerst leggen we vast wie het project trekt, dan wie u gaat huisvesten, pas daarna hoeveel ruimte dat vraagt en wat het kost.
De ketenbalk laat zien waar u in de keten bent, de inhoudsopgave welke stappen er zijn en hoe ver u bent, en de wizard vraagt per scherm om een paar velden — met een rekenhulp als u een getal niet weet, en alles wordt onderweg bewaard.
Tien punten waarop een los werkblad tekortschiet.
Er loopt zelden maar één investering tegelijk. Het overzicht toont alle projecten van uw organisatie met hun voortgang, en per project welke actie er nu open staat en wie daarvoor aan zet is. Van daaruit opent u het project — en pas dan begint het rekenwerk.
Alle modellen in de keten erven dezelfde afspraken: wie eigenaar is, wanneer het besluit moet vallen en wie per model aan zet is. Dat hoeft u dus niet zes keer te regelen.
De verdeling over de zorgprofielen, het aantal cliënten en de bezetting. Daaruit volgen de tariefcomponenten per cliënt per dag — de opbrengstenkant van de businesscase, en het vertrekpunt voor het programma van eisen.
Hoeveel ruimte die cliënten vragen: plaatsen en m²-normen per huisvestingsconcept. Dit is de omvang waarop de stichtingskosten en de businesscase rekenen.
Van grond en bouwkosten tot bijkomende kosten, inventaris en ICT. Geïndexeerd tot einde werk, met een kasritme per jaar. Dit is de investering die de businesscase moet terugverdienen.
Bouwt u een gestandaardiseerd concept? Kies het eerst in de conceptbibliotheek — de aantallen en oppervlaktes komen dan uit het bouwmodel in plaats van uit een schatting. Heeft u geen bouwmodel, dan leveren negen vragen dezelfde hoeveelheden af, met een nauwkeurigheidsklasse erbij.
De exploitatie van de locatie doorgerekend over vijftig jaar: opbrengsten uit de cliëntmix, kosten, de investering uit de stichtingskostenopzet, financiering en kasstromen — met netto contante waarde en rendement als uitkomst, voor integraal, zorg en vastgoed apart.
Het effect op de organisatie als geheel: de doorrol van resultaat, balans en kasstroom, getoetst aan de zes kaders die financiers en het Waarborgfonds hanteren — per jaar, mét en zónder de plannen.
Waar modellen elkaar raken, gaat de uitkomst rechtstreeks over: het ruimteprogramma naar de stichtingskosten, de tariefcomponenten naar de businesscase, de businesscase als delta naar de meerjarenraming. Het ontvangende model toont een overnamebanner met de bron en de versie, zodat u altijd ziet waar een getal vandaan komt.
Bij een investeringsproject werkt u zelden alleen. De cliëntmix, de businesscase en de raming blijven bij uw eigen mensen; aan het programma van eisen en de stichtingskosten rekent een vastgoedadviseur of ontwikkelaar mee. Iedereen werkt in hetzelfde model, met dezelfde versies — geen spreadsheets over en weer.
Rekenmodellen leveren cijfers, maar een besluit steunt ook op stukken: het vastgestelde programma van eisen, de aanbestedingsraming, de taxatie. Die horen in de documentenbibliotheek van uw organisatie, gekoppeld aan de ketenstap waar ze bij horen — en waar nodig gedeeld met de partij die eraan meewerkt.
Elk model heeft een rekenkern los van het scherm, met een eigen validatieharnas dat de formules bewaakt: honderden ankers per model, nagerekend tegen een onafhankelijk referentiemodel en tot op de cent gelijk aan het levende Excel-werkboek. Wijzigt er een formule, dan moet het harnas eerst weer groen zijn.
Een model geeft getallen. Maar in een bestuursvergadering of bij de raad van toezicht ligt geen rekenmodel op tafel — daar ligt een stuk. Elke stap stelt dat stuk zelf samen uit de eigen uitkomst: wat komt eruit, hoe komt dat zo, waar steunt het op en wat is nog onzeker. Af te drukken als pdf of te downloaden als Word.
Eén document waarin de vijf delen samenkomen, in de leesvolgorde van een bestuurder: wie huisvesten we, hoeveel ruimte vraagt dat, wat kost het, kan het uit, kan de organisatie het dragen. Het rekent zelf niets uit — het neemt over wat de modellen hebben opgeleverd.